“Opa”
(opgenomen op 17 december 2027)
Door Peter Knoers
“Opa, ik heb Bart meegebracht. Want die gelooft echt niks van dat rare verhaal dat je me gisteren vertelde. Over vroeger. En over dat gekke apparaat, de tele – dinges.”
“Televisie, jongen.”
“Televisie ja. Nou, hij geloofde er niks van. Maar het is echt zo, hè? Daar downloaden jullie vroeger je informatie mee voor jullie gezin?”
“Zo is het. Niet alle informatie natuurlijk. Maar heel veel nieuws, entertainment en achtergrondinformatie kregen we inderdaad via de televisie.”
“Maar wat was dat dan precies voor een ding? Zoals jij het me gisteren vertelde leek het me vooral een soort van domme computer.”
“Nou, het had wel een scherm, net als we dat nu overal in huis hebben en in onze auto’s en treinen. En zoals op jouw Personal Assistant. Maar daarnaast zat er eigenlijk alleen een ontvangertje in waarmee de informatie werd binnengehaald die anderen naar ons verstuurden.”
“Verstuurden? Kon je niet zelf beslissen welke informatie je wilde downloaden dan?“
“Nou, eigenlijk niet. Er waren wel verschillende organisaties die informatie verstuurden. ‘Zenders’ noemden we die daarom. En via de knoppen van je televisie kon je dan kiezen tussen die zenders. Er waren zenders met nieuws, en met films of kinderprogramma’s, bijvoorbeeld.”
“Kinderprogramma’s? Zoals World of Warcraft 17 en Mario’s Grandchildren?”
“Neen. Geen computerprogramma’s, televisieprogramma’s! Cartoons, films en spelletjes die dan werden gespeeld in de studio van de zender door andere kinderen. En daar kon je dan naar kijken.“
“Nou dat klinkt knap lui, allemaal, Opa. En hoe wist je dan welk programma je kon downloaden van die zenders? Er zat toch wel een zoekprogramma op die tele - dinges?”
“Nee, jongen. Dat ging echt heel anders. Elke week stuurden ze boekjes rond, waar in stond wat er de volgende week zou komen. Een televisiegids noemde we dat. En het stond ook elke dag ’s ochtends in de krant.”
“De krant? Wat is dat nou weer?”
Dat was ook een soort boek, maar dan op heel grote vellen papier, met allerlei informatie. En die kwam iemand je elke dag thuis brengen.”
“Over verspilling gesproken! Dat zou ik vandaag de dag toch niet meer moeten proberen bij mijn vader! OK. Dus dan had je zo’n boekje of zo’n krant en dan wist je dus waar je het programma kon downloaden wat je wilde zien.”
“Ja. En hoe laat natuurlijk.”
“Hoe laat????”
“Ja, Hoe laat het werd uitgezonden op die dag.”
“Dus het was ook maar een beperkt window beschikbaar? Wat waren jullie voor achterlijke lieden vroeger? En als er dan meer mensen het programma wilden downloaden bij jullie thuis?”
“Dan keken we er gezamenlijk naar. De televisie stond middenin ons woonkamer en wij zaten er dan met zijn allen omheen. En we praatten er met elkaar over als het voorbij was. Of soms zelfs tijdens de uitzending. Gezellig was dat!”
“Maar wat deed je dan als de een naar de ene zender wilde kijken en de ander naar een andere?“
“Dan moest je kiezen natuurlijk. Tenminste in het begin. Want toen hadden we maar een televisie. Later kwamen er meer in elk huis.”
“Nog meer van die domme apparaten? En niemand kwam op het idee dat dat toch wel erg achterlijk was?”
“Neen jongen. We vonden het allemaal juist prachtig. Het was zelfs zo, dat iets pas belangrijk werd gevonden als het op de televisie was geweest.”
“Nou Bart, nou hoor je het zelf van mijn Opa! Hoezo, dement? Mijn Opa is nog hartstikke fris! Het is juist mooi dat hij nog zoveel weet van de Middeleeuwen en zo. Of was het daarna, Opa?”
